Home / Wat gaat er mis? / Diagnose

Diagnose: waarom het zo lang duurt

Mensen met chronische hyperventilatie wachten gemiddeld jaren op de juiste diagnose. Niet omdat de aandoening zeldzaam is, maar omdat de klachten op tientallen andere dingen lijken en de standaard onderzoeken niets opleveren.

Het typische pad

De meeste mensen met chronische hyperventilatie komen bij de huisarts met klachten die niet direct naar ademhaling wijzen: hartkloppingen, duizeligheid, vermoeidheid, maagproblemen, concentratieproblemen. De huisarts doet bloedonderzoek. Normaal. Verwijst door naar een specialist.

De cardioloog doet een ECG en soms een echocardiogram. Normaal. De longarts doet spirometrie. Normaal. De gastro-enteroloog doet een gastroscopie. Normaal. De neuroloog, de internist, de KNO-arts: alles normaal.

Na maanden of jaren van onderzoeken zonder resultaat krijgen veel mensen te horen dat het "tussen de oren" zit. Dat is begrijpelijk vanuit het perspectief van de arts: elk orgaan dat onderzocht is, werkt prima. Maar het is niet het hele verhaal.

Het diagnostisch pad
Huisarts
Bloedonderzoek, urinetest
Normaal
Cardioloog
ECG, echocardiogram
Normaal
Longarts
Spirometrie, longfunctie
Normaal
Maag-darm
Gastroscopie, bloedtest
Normaal
Neuroloog
Neurologisch onderzoek
Normaal
"We kunnen niets vinden. Het is waarschijnlijk stress."

Waarom standaard onderzoek niets vindt

De reden is niet dat artsen incompetent zijn. Het probleem is dat de standaard onderzoeken niet meten wat er mis is. Spirometrie meet of je longen goed werken (ja). Een ECG meet of je hart goed klopt (ja). Bloedonderzoek kijkt naar een lange lijst waarden, maar standaard zit daar geen arterieel CO2 bij.

Chronische hyperventilatie is geen probleem van een orgaan dat niet werkt. Het is een probleem van een regelsysteem dat verkeerd is afgesteld. De onderdelen werken allemaal, maar de afstemming klopt niet. En die afstemming wordt niet gemeten door standaard onderzoeken.

Daar komt bij dat chronische hyperventilatie subtiel is. Je ademt niet hijgend of duidelijk te snel. Het verschil met normaal ademen is misschien twee of drie ademhalingen per minuut, of iets diepere teugen dan nodig. Dat valt niemand op in een consult.

Wat kan het wel aantonen?

Er zijn tests die chronische hyperventilatie kunnen opsporen. Het probleem is dat ze zelden worden aangevraagd als niemand eraan denkt.

Capnografie

Meet het CO2-gehalte in je uitgeademde lucht (ETCO2). De meest directe manier om te zien of je structureel te weinig CO2 hebt. Normaal is 35-45 mmHg. Bij chronische hyperventilatie vaak onder de 32.

Meest specifiek
Arterieel bloedgas

Bloedafname uit een slagader die het CO2-niveau, de zuurgraad (pH), en het bicarbonaatgehalte direct meet. Kan onderscheid maken tussen acute en chronische hyperventilatie. Wordt zelden aangevraagd buiten de spoedeisende hulp.

Meest compleet
Nijmegen-vragenlijst

Een vragenlijst met 16 items over klachten die bij hyperventilatie passen. Scoort je hoger dan 23, dan is hyperventilatie waarschijnlijk. Het is een screening, geen diagnose: de lijst is gevoelig maar niet specifiek.

Screening
Saturatie als aanwijzing

Een saturatie (SpO2) van 99-100% wordt normaal gesproken als goed nieuws gezien. Maar het is ook een subtiele aanwijzing: bij normaal ademen is de saturatie 95-98%. Een consistent hoge saturatie kan wijzen op overademen.

Indirect

Wat kun je zelf doen?

Als je jezelf herkent in de klachten op deze site, is het redelijk om dit met je huisarts te bespreken. Je kunt concreet vragen:

"Kan er een capnografiemeting gedaan worden om te kijken of mijn CO2 te laag is?"

"Ik heb een constant gevoel van luchthonger met normale saturatie. Kan hyperventilatie een rol spelen?"

"Kan ik een verwijzing krijgen naar een ademhalingstherapeut of kinesiotherapeut met ervaring in ademhalingsretraining?"

Het helpt om concreet te zijn. "Ik denk dat ik chronisch hyperventileer" is een sterkere opening dan "ik voel me niet lekker." Niet elke huisarts is vertrouwd met chronische hyperventilatie als zelfstandig probleem, maar een gerichte vraag opent het gesprek.

Bronnen en verder lezen

  • Gardner WN (1996)
    The pathophysiology of hyperventilation disorders
    Chest, 109(2), 516-34
    DOI: 10.1378/chest.109.2.516 ↗
    Nog niet onafhankelijk geverifieerd
    Sterk bewijs
  • van Dixhoorn J, Duivenvoorden HJ (1985)
    Efficacy of Nijmegen Questionnaire in recognition of the hyperventilation syndrome
    Journal of Psychosomatic Research, 29(2), 199-206
    DOI: 10.1016/0022-3999(85)90042-X ↗
    Nog niet onafhankelijk geverifieerd
    Sterk bewijs
  • Norweg A, Oh C, DiMango A, et al. (2025)
    Mind the Breath: Feasibility of capnography-assisted learned monitored (CALM) breathing for dyspnea treatment
    Journal of Cardiopulmonary Rehabilitation and Prevention, 45(2), 118-131
    DOI: 10.1097/HCR.0000000000000879 ↗
    Nog niet onafhankelijk geverifieerd
    Matig bewijs
Volgende pagina
Behandelopties